HIV-2 is een minder voorkomende variant van het humaan immunodeficiëntievirus. Net als HIV-1 treft het immuuncellen en kan het na verloop van tijd leiden tot immuunsuppressie, maar het wordt over het algemeen geassocieerd met een langzamere ziekteprogressie. HIV-2 blijft klinisch belangrijk en vereist een juiste diagnostische bevestiging en medische follow-up.

HIV-2 is een type HIV dat het immuunsysteem op een vergelijkbare manier infecteert als HIV-1. Bij veel mensen verloopt HIV-2 langzamer en kunnen de virale niveaus in het bloed lager zijn vergeleken met HIV-1, vooral in de vroege fase van de infectie. Ondanks dit kan HIV-2 zonder behandeling toch leiden tot een ernstige immuundeficiëntie.
HIV-2 wordt overgedragen via dezelfde lichaamsvloeistoffen en blootstellingsroutes als HIV-1 (inclusief seksueel contact, bloedblootstelling en overdracht van moeder op kind). Over het algemeen wordt HIV-2 als minder gemakkelijk overdraagbaar beschouwd dan HIV-1, maar overdracht kan nog steeds plaatsvinden.
Net als bij HIV-1 kunnen antilichamen tegen HIV-2 niet onmiddellijk na blootstelling aantoonbaar zijn. Te vroeg testen kan tijdens de vensterperiode een negatief resultaat opleveren. Bij aanhoudende zorgen wordt aanbevolen om op het juiste moment een vervolgtest te doen.
HIV-1 en HIV-2 verschillen biologisch van elkaar, en ook de klinische behandeling kan verschillen. Daarom is bevestigende laboratoriumtesting belangrijk na ieder positief screeningsresultaat.
